Lipolymfoedeem, bestaat dat?

Bea Koet • 24 augustus 2026

“Heb ik nou lipoedeem, lymfoedeem of lipolymfoedeem?”


Bestaat lipolymfoedeem eigenlijk?

“Heb ik nou lipoedeem, lymfoedeem of lipolymfoedeem?”

Het is een vraag die ik regelmatig krijg.

En misschien ga ik je een beetje teleurstellen, maar ik ben niet zo’n fan van het woord lipolymfoedeem.

Niet omdat lipoedeem en lymfoedeem niet samen kunnen voorkomen. Dat kan absoluut.

Maar omdat het woord doet alsof we een keurige nieuwe aandoening hebben gemaakt door lipo en lymfoedeem aan elkaar te plakken.

Een beetje alsof je twee problemen bij elkaar zet en denkt: hoppa, nieuw woord, klaar.

Zo eenvoudig is het helaas niet.

Want lipoedeem en lymfoedeem zijn twee verschillende aandoeningen. En soms komt daar ook nog obesitas bij kijken, die óók invloed kan hebben op het lymfestelsel.

En juist dát onderscheid is belangrijk.

Niet alleen voor de behandeling, maar ook voor hoe je naar je eigen lichaam kijkt.

Eerst even terug naar de basis: wat is lipoedeem?

Lipoedeem is primair een aandoening van het onderhuidse vetweefsel.

Het vetweefsel is anders verdeeld en gedraagt zich anders dan bij iemand zonder lipoedeem. Vaak zie je een vrij symmetrische verdeling aan de benen en soms de armen, terwijl handen en voeten relatief gespaard blijven.

Daarnaast kunnen vrouwen last hebben van pijn of drukgevoeligheid, een zwaar gevoel en gemakkelijk blauwe plekken.

En daar wil ik meteen een hardnekkig misverstand uit de weg ruimen:

lipoedeem is niet hetzelfde als obesitas.

Een vrouw met lipoedeem kan natuurlijk óók obesitas hebben. Maar dat betekent niet dat al het extra vetweefsel door obesitas wordt veroorzaakt.

En andersom: iemand met obesitas heeft niet automatisch lipoedeem.

Dat klinkt misschien logisch, maar in de praktijk worden deze dingen nog steeds verrassend gemakkelijk door elkaar gehaald.

Dan het lymfoedeem

Bij lymfoedeem hebben we het over iets anders.

Daar staat het lymfesysteem centraal.

Het lymfestelsel heeft onder andere de taak om vocht en eiwitten uit het weefsel af te voeren. Wanneer de afvoercapaciteit tekortschiet, kan vocht zich ophopen.

Dat kan leiden tot zwelling en uiteindelijk ook tot veranderingen in het weefsel.

Lymfoedeem kan verschillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld doordat het lymfestelsel beschadigd is geraakt na een operatie of bestraling, maar er zijn ook andere oorzaken.

En ja, lymfoedeem kan voorkomen bij iemand die óók lipoedeem heeft.

Maar daarmee is lymfoedeem nog geen onderdeel van lipoedeem.

Het zijn twee verschillende vraagstukken.

Dus waar komt dat ‘lipolymfoedeem’ vandaan?

Wanneer iemand zowel lipoedeem als lymfoedeem heeft, wordt daarvoor regelmatig het woord lipolymfoedeem gebruikt.

Ik snap de gedachte erachter.

Je wilt in één woord aangeven: deze vrouw heeft lipoedeem én er speelt ook iets met haar lymfestelsel.

Prima.

Alleen ontstaat er een probleem zodra we dat woord gaan zien als de naam van één aandoening.

Want dat is het punt waarop we de nuance verliezen.

Ik spreek daarom liever over:

lipoedeem mét lymfoedeem

Niet zo lekker bekkend misschien.

Wel een stuk duidelijker.

Want twee aandoeningen mogen van mij best gewoon twee aandoeningen blijven.

We hoeven niet voor iedere combinatie meteen een nieuw woord te verzinnen. 😉

En dan komt obesitas om de hoek kijken

En hier wordt het verhaal pas echt interessant.

Want als een vrouw met lipoedeem ook obesitas heeft, kan dat óók gevolgen hebben voor haar lymfestelsel.

Bij ernstige obesitas neemt de belasting van het lymfestelsel toe. Er moet immers meer weefsel worden verzorgd en meer vocht worden afgevoerd.

Wanneer die belasting te groot wordt, kan de lymfatische afvoer onvoldoende worden en kan lymfatische disfunctie of lymfoedeem ontstaan.

Obesitas kan dus een belangrijke rol spelen bij het ontstaan of verergeren van lymfoedeem.

En dan kan een vrouw dus te maken hebben met:

lipoedeem + obesitas + lymfoedeem.

Dat zijn drie verschillende dingen die elkaar kunnen beïnvloeden.

En dat past natuurlijk een stuk minder makkelijk op een behandelprotocol van één A4'tje.

Maar het is wél de werkelijkheid.

Waarom ik dit onderscheid zo belangrijk vind

Omdat een label niet neutraal is.

Het beïnvloedt namelijk ook het verhaal dat je over jezelf gaat vertellen.

Stel je voor:

Je hebt jarenlang geprobeerd af te vallen.

Je hebt diëten gevolgd, minder gegeten, meer bewogen, misschien zelfs periodes gehad waarin je behoorlijk streng voor jezelf was.

Je benen veranderen nauwelijks.

Dan krijg je uiteindelijk te horen:

“Je hebt lipolymfoedeem.”

Je zou zomaar kunnen denken:

“Zie je wel. Mijn benen zijn gewoon zo. Daar kan ik niets aan doen.”

En precies daar gaat het mij om.

Want misschien heb je inderdaad lipoedeem.

Misschien heb je daarnaast lymfoedeem.

Misschien speelt obesitas een rol in de belasting van je lymfestelsel.

Misschien spelen er meerdere factoren tegelijkertijd.

En die factoren vragen niet allemaal om hetzelfde antwoord.

Lipoedeem vraagt iets anders dan lymfoedeem

Bij lipoedeem richten we ons onder andere op het verminderen van klachten, het verbeteren van functioneren en kwaliteit van leven en het ondersteunen van iemand in het omgaan met haar lichaam.

Daar kunnen voeding, beweging, compressie, lichaamsbeeld, zelfcompassie en wanneer passend chirurgische behandeling allemaal onderdeel van zijn.

Maar de precieze combinatie is afhankelijk van de persoon.

Bij lymfoedeem ligt de nadruk veel meer op het ondersteunen van de lymfatische afvoer en het beperken van verdere vochtophoping en complicaties.

Daar kunnen bijvoorbeeld compressie, beweging, huidzorg, zelfmanagement en in bepaalde situaties manuele lymfedrainage een rol spelen.

En nee, dat betekent dus niet dat iedere vrouw met lipoedeem automatisch naar de manueel lymftherapeut moet.

Lipoedeem hebben is niet hetzelfde als lymfoedeem hebben.

Dat vind ik een belangrijke boodschap.

En als obesitas meespeelt?

Dan verdient ook dát aandacht.

Niet vanuit het oude verhaal:

“Je moet gewoon afvallen.”

Want daar hebben veel vrouwen met lipoedeem inmiddels wel genoeg van gehoord.

Maar vanuit een veel interessantere vraag:

Welke rol speelt het lichaamsgewicht in deze specifieke situatie?

Bijvoorbeeld voor de metabole gezondheid, de belastbaarheid en het lymfestelsel.

Wanneer obesitas bijdraagt aan lymfatische overbelasting, kan gewichtsmanagement onderdeel zijn van de behandeling.

Maar dat vraagt bij iemand met lipoedeem om deskundigheid én om een beetje meer nuance dan een standaard dieetadvies.

Want je kunt niet verwachten dat een lichaam met lipoedeem zich gedraagt als een lichaam zonder lipoedeem.

En je kunt al helemaal niet verwachten dat nóg een dieet automatisch het antwoord is.

Dus, bestaat lipolymfoedeem?

Als term wordt het gebruikt.

Maar persoonlijk spreek ik liever over:

lipoedeem mét lymfoedeem.

Omdat ik daarmee twee dingen zichtbaar houd:

lipoedeem is lipoedeem.

lymfoedeem is lymfoedeem.

En ze kunnen bij dezelfde vrouw voorkomen.

Daarnaast kan obesitas een belangrijke rol spelen in het ontstaan of verergeren van lymfatische problemen.

Dat is geen woordspelletje.

Het maakt uit voor hoe we onderzoeken wat er aan de hand is, welke behandeling passend is en vooral ook voor het perspectief dat we een vrouw meegeven.

Want als je alles onder één ingewikkeld label schuift, kan het voelen alsof je lichaam één groot ondoorgrondelijk probleem is geworden.

Terwijl er misschien verschillende puzzelstukjes zijn.

En hoe beter we die uit elkaar halen, hoe beter we kunnen bepalen waar je wél iets mee kunt.

Mijn uitgangspunt

Ik kijk daarom liever niet naar een vrouw en denk:

“Ze heeft lipolymfoedeem.”

Ik wil weten:

Wat zie ik hier?

Wat speelt er in het vetweefsel?

Hoe functioneert het lymfestelsel?

Speelt obesitas een rol?

Welke klachten heeft deze vrouw daadwerkelijk?

En misschien wel de belangrijkste vraag:

Wat heeft zíj nodig?

Want een lichaam is geen etikettenkastje.

En goede zorg begint wat mij betreft niet met het plakken van het juiste label, maar met het begrijpen van het hele plaatje.

door Bea Koet • 16 september 2026
Verandert de naam van lipoedeem?
door Bea Koet • 20 augustus 2026
NIEUWS VANUIT DE WETENSCHAP